Actueel
| Orbis Terrarum - Ways of Worldmaking |
|
22 juni tot 24 september 2000 - Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet
Het Orbis Terrarum project, een organisatie van Antwerpen Open en het Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet, was een onderdeel van de viering rond de 500ste verjaardag van Keizer Karel (1500-2000).
Het tijdperk waarin Keizer Karel leefde was gekenmerkt door radicale
veranderingen die veroorzaakt werden door ontdekkingen die een nieuw
beeld van de wereld schetsten. Het wereldvermaarde boekdrukbedrijf van
Plantin, dat ons wereldbeeld veranderde dankzij het printen en
verspreiden van atlassen, was de perfecte plek voor een tentoonstelling
over de wereld als een metafoor. Het Museum opende liet voor het eerste een selectie internationaal
gelauwerde hedendaagse kunstenaars toe, die elk vanuit hun persoonlijke
historische en politieke, poetische en utopische visies de confrontatie
aangingen met de cartografische meesterwerken van voorbije eeuwen.
Geheel in de lijn van de ANTWERPEN OPEN missie om de internationale culturele uitstraling van Antwerpen te bevorderen en zich inschrijvend in de bestaande opties om de band met de stedelijke musea, met de hedendaagse kunst en met internationale projecten als, in dit geval, Keizer Karel 1500-2000, aan te halen, wordt in 1999 reeds volle steun toegezegd aan het project ORBIS TERRARUM, WERELDEN VAN VERBEELDING.
Curatoren Moritz Küng (voor de tentoonstelling) en Marie-Ange Brayer (voor de catalogus) krijgen, zoals voor VAN DYCK 1999, volledige productionele ondersteuning van Antwerpen Open. In samenspraak met het gastmuseum Plantin-Moretus/Prentenkabinet wordt de productie en de publiekswerking uitgewerkt. Museummedewerker Ronnie Dusoir wordt aan Antwerpen Open ter beschikking gesteld als tentoonstellingscommissaris, Vera Nijs blijft, onder leiding van conservator Francine de Nave, ter plekke de tentoonstelling en publiekswerking opvolgen. De promotie- en persacties gebeuren vanuit de communicatiecel van Antwerpen Open, waar mogelijk in overleg met het in Brussel gevestigde comité Keizer Karel 1500-2000.
Ondanks de aandacht die dat comité vooral vestigt op activiteiten in Gent en Mechelen, moet gezegd worden dat Antwerpen zich nooit ‘verlaten’ of achtergesteld voelt. Uiteraard is het zo dat de grootste media-aandacht die het comité zelf genereert, vooral naar de voornoemde steden gaat. Door de strategisch goed gekozen timing echter kan ORBIS TERRARUM op aanzienlijk wat nationale mediabelangstelling rekenen: aangezien Over the Edges in Gent net ten einde loopt, is er tijdens de zomer van 2000 nauwelijks een tentoonstelling van hedendaagse kunst in ons land. Ook kan de tentoonstelling zelf op bijzonder veel bijval van de kunstcritici rekenen, die vooral het poëtische en de geslaagde presentatie van hedendaagse kunst in een oud museum smaken. Met 24.908 bezoekers kan de expositie niet alleen artistiek maar ook qua bezoekersaantal een succes genoemd worden. De uitzonderlijke Nacht van de Musea, een Zomer van Antwerpen-initiatief, is op zich goed voor een 3000 bezoekers. Behalve de Van Dyck prentententoonstelling in 1999 in hetzelfde museum, is dit na 1993 een record. Maar ook in vergelijking met gelijkaardige tentoonstellingen in het MUHKA zijn deze cijfers meer dan behoorlijk. De catalogus, die van meet af aan opgevat is als (referentie)boek en waar doelbewust financieel meer in geïnvesteerd wordt dan er ooit door verkoop uit kan gehaald worden, wordt bijzonder op prijs gesteld. De productie van de catalogus (392 p.) gebeurt in eigen beheer, de distributie wordt verzorgd door uitgeverij Ludion, die het boek op de markt brengt als een ‘Ludion’-uitgave. |
Het tijdperk waarin Keizer Karel leefde was gekenmerkt door radicale
veranderingen die veroorzaakt werden door ontdekkingen die een nieuw
beeld van de wereld schetsten. Het wereldvermaarde boekdrukbedrijf van
Plantin, dat ons wereldbeeld veranderde dankzij het printen en
verspreiden van atlassen, was de perfecte plek voor een tentoonstelling
over de wereld als een metafoor. Het Museum opende liet voor het eerste een selectie internationaal
gelauwerde hedendaagse kunstenaars toe, die elk vanuit hun persoonlijke
historische en politieke, poetische en utopische visies de confrontatie
aangingen met de cartografische meesterwerken van voorbije eeuwen.
Geheel in de lijn van de ANTWERPEN OPEN missie om de internationale culturele uitstraling van Antwerpen te bevorderen en zich inschrijvend in de bestaande opties om de band met de stedelijke musea, met de hedendaagse kunst en met internationale projecten als, in dit geval, Keizer Karel 1500-2000, aan te halen, wordt in 1999 reeds volle steun toegezegd aan het project ORBIS TERRARUM, WERELDEN VAN VERBEELDING.
Curatoren Moritz Küng (voor de tentoonstelling) en Marie-Ange Brayer (voor de catalogus) krijgen, zoals voor VAN DYCK 1999, volledige productionele ondersteuning van Antwerpen Open. In samenspraak met het gastmuseum Plantin-Moretus/Prentenkabinet wordt de productie en de publiekswerking uitgewerkt. Museummedewerker Ronnie Dusoir wordt aan Antwerpen Open ter beschikking gesteld als tentoonstellingscommissaris, Vera Nijs blijft, onder leiding van conservator Francine de Nave, ter plekke de tentoonstelling en publiekswerking opvolgen. De promotie- en persacties gebeuren vanuit de communicatiecel van Antwerpen Open, waar mogelijk in overleg met het in Brussel gevestigde comité Keizer Karel 1500-2000.
Ondanks de aandacht die dat comité vooral vestigt op activiteiten in Gent en Mechelen, moet gezegd worden dat Antwerpen zich nooit ‘verlaten’ of achtergesteld voelt. Uiteraard is het zo dat de grootste media-aandacht die het comité zelf genereert, vooral naar de voornoemde steden gaat. Door de strategisch goed gekozen timing echter kan ORBIS TERRARUM op aanzienlijk wat nationale mediabelangstelling rekenen: aangezien Over the Edges in Gent net ten einde loopt, is er tijdens de zomer van 2000 nauwelijks een tentoonstelling van hedendaagse kunst in ons land. Ook kan de tentoonstelling zelf op bijzonder veel bijval van de kunstcritici rekenen, die vooral het poëtische en de geslaagde presentatie van hedendaagse kunst in een oud museum smaken.